Kweken van enthousiasme

VERTICAL STORIES

 

Op zijn kwekerij-annex-laboratorium in Boskoop, waar op uitgestrekte veenplakken allerlei bomen, planten en dieren welig tieren, ontkiemen bij Fred Booy de ideeën voor zijn werk voor DS landschapsarchitecten. Zoals voor Amsterdam VERTICAL waar zijn ontwerp de natuur dichterbij bewoners brengt. “Behalve planten moeten we ook voorpret kweken.”

Wat brengt deze plek jou?

“Dit is de basis onder al mijn adviezen, de plek die me geloofwaardig maakt. Een projectontwikkelaar zei ooit tegen mij: ‘Jij pakt zo een schop om die plant zelf in de grond te zetten’. Dat is zo. Ik wilde geen boomkweker worden zoals mijn vader, handel trekt me niet, maar ik werkte jarenlang als hovenier. Ondanks mijn werk in Amsterdam als adviseur voor DS Landschapsarchitecten kroop het bloed waar het niet gaan kon en kocht ik 27 jaar geleden deze plek. Tussen de kwekers hier ben ik een vreemde eend in de bijt. Ik behandel dit niet als een traditionele kwekerij: hier staan planten om naar te kijken. Omdat ze lang ‘staan’, is te zien hoe planten zich gedragen onder verschillende omstandigheden. De één waait om als ‘ie te nat staat, de ander groeit er juist hard van.

Kijk, mensen die met planten werken hebben in principe alle oplossingen voor de tien tot twintig grootste uitdagingen voor de toekomst: fijnstof, stikstof, waterberging, water vasthouden, hittestress voorkomen in steden, circulaire landbouw, gezondheid. Al die zaken zijn plantgerelateerd. En hier pionier ik om te leren hoe we straks aan de gebouwde omgeving moeten werken. Niet vrijblijvend, niet voor de show. De klimaatverandering maakt een plek als deze urgent en dus interessant.”

Landschapsarchitect Fred Booy op zijn kwekerij in Boskoop.

Is dat toe te passen in Sloterdijk en hoe ben je daarmee omgegaan bij VERTICAL?

“Eigenlijk niet, want daar heerst een totaal tegenovergestelde situatie: te weinig water en te veel wind. De stad zien we als berglandschap, met Sloterdijk als rots. Deze staat in de Brettenzone, een groene zone tussen de Haarlemmerpoort en Halfweg. Door dit landschap als een kleed over de lagere gebouwen te trekken, over de gevels en de daken, ontstaat een verticaal landschap. Bestaande uit planten die van nature in de Bretten voorkomen. Dat biedt nestelgelegenheid en voedselaanbod voor vogels en insecten. Juist als gebouw kan het iets toevoegen aan de biodiversiteit. We brengen de natuur zo naar de stad. VERTICAL is een verbinder, geen obstakel.”

Klinkt prachtig! Hoe is de relatie tussen ontwerpen en de werkelijkheid?

“Altijd spannend. We kunnen de randvoorwaarden creëren, maar niet garanderen dat wat we bedenken ook precies zo gebeurt. Bij goed onderhoud weet je ongeveer wel hoe je struiken zich gedragen, planten kun je redelijk sturen. En als eentje het niet zo lekker doet, komt er waarschijnlijk iets anders op, aangevoerd door de wind of zo. In VERTICAL komen plekken voor vlinders, vogels en vleermuizen, maar vinden ze deze rots dan ook? Niet alles kun je voorspellen.

We bouwen een nieuw ecosysteem uit het niets en dat vraagt iets meer werk, iets meer inspanning. Met al onze expertise en ervaring leggen we een basis waar planten en dieren zich goed voelen en op reageren. Als het goed is, arriveert de spin als eerste. Spinnen komen altijd. Daar komt de koolmees op af en als dat lukt, heb je de eerste slag gewonnen. Komt de koolmees niet, dan wellicht de mus. Om biodiversiteit te vergroten heb je vier v’s nodig: voeding, voortplanting, veiligheid en verbinding. Wat dat laatste betreft zijn we ook afhankelijk van ontwikkelingen om VERTICAL heen: wij geven het startsein voor verandering in het gebied, wat komt er nog meer bij? Gelukkig is er bij het station al veel beplanting waar insecten op af komen.

Dit project is voor mij een les in loslaten: eigenlijk is de natuur de baas. Ik geloof erin dat de natuur je helpt om die planten juist daar te krijgen waar ze zich lekker voelen. Zie het als in co-creatie ontwerpen: ik zorg voor de input en het gereedschap waarmee de natuur haar gang kan gaan.
Zoals we er nu over praten lijkt een gebouw als VERTICAL normaal, want je ziet steeds meer plaatjes van groene gevels, maar wat we doen in Sloterdijk is uniek. Hét voorbeeld in Milaan, Bosco Verticale, en Wonderwoods zijn uitzonderingen. Wij gaan natuur maken uit het niets. Moeilijk om goed te doen en heel gemakkelijk om compleet te verkloten! Als wij bijvoorbeeld niet voldoende diepte voor wortels bieden en het irrigatiesysteem niet werkt, ontstaat er geen robuust ecosysteem. Dat moet zelf een buffer hebben bij tegenslag, zoals een maand geen regen.”

Hoe maak je zo’n systeem robuust?

“We hebben door onze contacten in de wereld van de landschapsarchitectuur het geluk gehad te kunnen spreken met de landschapsarchitect van Bosco Verticale, Laura Gatti. Haar belangrijkste les is inzetten op diversiteit: zet zo breed mogelijk in wat betreft plantensoorten. Er zijn planten die vlinders aantrekken en planten die juist de wilde bij lokken. Als de planten wegvallen die vlinders lekker vinden, moet je een plan B hebben. Daarom optimaliseren we nu onze plantenlijst.

Daarnaast is langdurige betrokkenheid erg belangrijk. Heijmans helpt tot vijf jaar na oplevering met het bouwen aan een gezonde beplanting, door te monitoren en daarna bij te sturen. Dat is nieuw voor een ontwikkelaar, die nemen normaal afscheid na de sleuteloverhandiging. Maar dan begint het bij Vertical pas. Daarom zijn ook de bewoners belangrijk bij het slagen van ons plan.”

Moeten de bewoners zelf aan de slag?

“De beplanting op de daken en aan de gevels hoeven ze niet zelf te onderhouden, als je dat bedoelt. Dat gebeurt in opdracht van de Vereniging van Eigenaren. Het gaat erom hoe de bewoners met hun omgeving omgaan, of ze zich realiseren wat het betekent om in zo’n gebouw te wonen. Want ook als bewoner draag je bij aan de biodiversiteit, je speelt een rol in het ecosysteem dat we maken. Die planten zijn er niet voor het leuke plaatje, maar ze doen allerlei dingen voor ons, zoals het gebouw afkoelen. Gratis en voor niks. En het enige wat wij hoeven te doen is die planten de ruimte geven. En geen bijen doodslaan!

Ecosysteemdiensten noemen we dat. De kennis hierover willen we als een soort natuureducatie delen met de toekomstige bewoners van Vertical. Dat ze weten dat er tijd nodig is voor de beplanting tot volle wasdom komt. Ik verheug me nu al op de keukentafelgesprekken. Die zijn niet alleen nuttig, maar dragen bij aan de voorpret: het gevoel kweken dat je toekomstige woonomgeving hartstikke leuk gaat worden.”